Fragmenten De uitdaging

Voorwoord De uitdaging

Er zijn van die boeken die een mens gelezen moet hebben. De bijbel bijvoorbeeld. De Nieuwe Bijbelvertaling kwam uit in oktober 2004, toen de Protestantse Gemeente De Rank in Nieuwegein als jaarthema het Jaar van het Woord had gekozen. Dat bracht mijn wijkpredikant Jochem Stuiver op het idee om dat boek dan maar eens te gaan lezen.

Lees meer...

Jezus Sirach

Van het boek Wijsheid van Jezus Sirach had ik iets anders verwacht dan wat ik nu aantref. Ik dacht aan een boek in de sfeer van Prediker en Wijsheid. Terecht volgens de inleiding die in mijn bijbeluitgave is opgenomen. Want het boek behoort net als die twee tot de joodse wijsheidsliteratuur. Maar het komt op mij niet zo wijs over het. Het is vooral de wijsheid van het burgerlijke midden. Jezus Sirach lijkt mij een nette burger vol goede bedoelingen, maar een beetje angstig en vooral weinig creatief. Een beetje een saaie man. Geen spoor van de emotie uit Wijsheid, de rijkdom van Prediker. Een teleurstelling.

Toch zijn er wel hier en daar wat zinnen die me treffen. Zoals Jezus Sirach 15: 14:
Hijzelf heeft de mens in het begin gemaakt
En hem de vrijheid gegeven zelf te beslissen.

We hoeven dus niet alles zomaar aan te nemen. We kunnen zelf nadenken en zelf beslissen. We zijn vrij. Natuurlijk is de ene beslissing beter dan de andere. Maar Jezus Sirach is zo stellig over wat volgens hem de juiste beslissingen zijn, dat die vrijheid ondergesneeuwd raakt. Zijn betoog wordt toch weer een set regels en richtlijnen waarin weinig ruimte is voor een eigen interpretatie.

Laat ik er twee stukken uitlichten. In de hoofdstukken 25 en 26 gaat het over goede en vooral over slechte vrouwen. En een slechte vrouw is uiteraard een vrouw die slecht voor haar man zorgt. Wat een angst spreekt hier uit voor een vrouw die zich anders gedraagt dan de norm. Het is een stuk waar ik niet meer uit de voeten kan, ik leg het naast me neer.

Verderop in hoofdstuk 30 gaat het over de opvoeding van een zoon. En weer treft mij de angst: houd hem eronder, anders ben je zelf het slachtoffer. Alles is erop gericht om de baas te zijn en te blijven over je kind. Dat doen we toch al heel lang niet meer zo. En "wijs" noemen wij dat zeker niet!

In al deze middelmatigheid matigt de schrijver zich niet in de omvang: 51 hoofdstukken, 80 pagina's. Er zouden dan ook twee afleveringen over dit boek moeten komen. Maar het kost moeite om één stukje vol te krijgen, laat staan twee. En mijn reserve onderwerpen zijn op. Daarom heb ik deze beide afleveringen maar gecombineerd tot één. Wat brengen de laatste kleinere boeken nog?

Wijsheid

Wat een verademing na alle veldslagen in de Makkabeeën! Ook in het boek Wijsheid loopt het nog steeds slecht af met de goddelozen, maar de nadruk ligt nu op alle goeds dat de rechtvaardigen ten deel valt. En het gaat nu voor het eerst uitgebreid over het leven na de dood, al geldt dat niet voor iedereen: "de onsterfelijkheid van de ziel is de vrucht van wijsheid en rechtvaardigheid" (Werk in uitvoering 3 bladzijde 85). En in Wijsheid 2:24 staat "Ieder die hem (de duivel) toebehoort roept de dood over zich af". Hier wordt de eeuwige dood van de ziel bedoeld, want de fysieke dood is het lot van iedereen. Leven na de dood krijg je niet, je moet het verdienen.

De beloning voor een goed leven is niet meer: oud worden en veel kinderen krijgen in dit leven, het fysieke leven op aarde. Nee, de beloning volgt daarna. Jong sterven of geen kinderen krijgen is daarmee geen straf meer. Er staat zelfs: "Gelukkig is de onvruchtbare vrouw die niet bezoedeld is en zich niet aan de zondige gemeenschap overgeeft: zij zal vrucht dragen wanneer alle mensen aan het oordeel worden onderworpen." (Wijsheid 3:13) Natuurlijk, die opmerking over zondige gemeenschap kan worden opgevat als “seks is vies”. Maar wat mij hier treft is dat het niet als straf van God wordt gezien als iemand geen kinderen heeft. En na al die verhalen over vrouwen die zwanger worden en kinderen die geboren worden, lijkt me dat wel prettig om te horen als je zelf geen kinderen hebt.

Maar het meest word ik getroffen door het gedeelte dat begint onder de kop "Salomo's lofzang op de wijsheid", Wijsheid 6:22 - 9:17. Een prachtig stuk, wel enigszins vergelijkbaar met het Hooglied, hoewel dit geen poëzie maar proza is. En hier is duidelijk sprake van een metafoor, terwijl Hooglied toch echt over de menselijke liefde gaat. Ook al wil de kerk dat nog wel eens anders uitleggen ... Het is een prachtige ode aan de wijsheid, een hoogtepunt in de bijbel.

Daarna valt het wat mij betreft een beetje dood. Vanaf Wijsheid 9:18 volgt een soort samenvatting van de geschiedenis van Israël, waarin veel bekend wordt verondersteld. Het spreekt mij niet zo aan.

Wat mij verder nog opvalt is een opmerking in Werk in uitvoering 3 over het aantal auteurs. Men heeft wel verondersteld dat Wijsheid door meer dan één auteur is geschreven, maar hier wordt gezegd dat er “nergens stijlbreuken (zijn) aan te wijzen, zodat het aannemelijker is dat we met het werk van één schrijver te maken hebben”. Maar geen enkel boek valt tot nu toe voor mij zo overduidelijk in delen uiteen! Deze drie delen zouden wat mij betreft gemakkelijk een verschillende herkomst kunnen hebben. Ik zou wel eens meer willen weten van de argumenten om juist Wijsheid als een geheel van één auteur te zien.

I Korintiërs

En dan zijn we nu aan de brieven van Paulus toe. Paulus, de grootste apostel. De meest omstreden apostel. Zijn uitspraken hebben vrouwen tot op de dag van vandaag buitenspel gezet. Hij beschouwt homoseksualiteit als tegennatuurlijk, waardoor "mijn soort mensen" nog steeds door veel kerken wordt buitengesloten. En niet alleen door kerken.
Wat moet ik dan als lesbische vrouw met deze teksten? Het boekje Een ontmoeting met Paulus van Jan Nauta heeft me geholpen om daar mijn weg in te vinden. Hij heeft het in hoofdstuk 5 over vrouwen in de gemeenten. Nauta schetst een beeld van de positie van vrouwen in de eerste eeuw na Christus en stelt dat Paulus in zijn uitspraken vaak een man van zijn tijd is geweest. Maar Paulus noemt ook veel vrouwen met een leidinggevende rol. Soms is hun positie door de vertalers naar beneden bijgesteld. Waar een woord als het over mannen gaat weergegeven wordt met “leidinggeven”, staat er als het over een vrouw gaat “bijstand verlenen”. Door Paulus worden deze vrouwen hogelijk gewaardeerd. En zijn teksten over vrouwen die geen aanstoot moeten geven en hun mond moeten houden, zouden best eens ingegeven kunnen zijn door angst. Immers, vrouwen die op de voorgrond treden waren in zijn tijd vaak publieke vrouwen. En daarmee moest de gemeente van Christus vooral niet geassocieerd worden!
Er zijn ook teksten die een bevrijdende werking hebben voor vrouwen en anderen in moeilijke posities. Nauta verwijst naar Galaten 3: 28: "Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen - u bent allen één in Christus Jezus." En hij verbaast zich erover hoe weinig deze woorden hebben doorgewerkt in de geschiedenis van de officiële kerk.

Maar laat ik het hebben over de mooie dingen die Paulus heeft geschreven. Toen we in onze leesgroep de laatste afspraak maakten, zagen we in het leesrooster dat we in de afgesproken week I Korintiërs zouden lezen. "Dan wil ik graag I Korintiërs 13 lezen," zei ik direct. Inderdaad, dat is het stuk over de liefde. Eén van de mooiste stukken die ik in de bijbel kan aanwijzen.
Het is vaak gekozen als lezing in een huwelijksviering. Maar het gaat natuurlijk niet over de liefde tussen twee mensen. Het gaat over de liefde van God voor de mensen. Over de liefde die nooit zal vergaan. De liefde die straks komt, en die ons kennen volledig zal maken "zoals ikzelf gekend ben", zegt Paulus in vers 12. Daarom wil ik dit stuk laten horen als ik dood ben. Als ik volledig zal kennen. Maar dat duurt nog wel even, mag ik hopen.
Dat ene hoofdstuk is lyrisch van toon. Paulus trakteert ons in andere stukken vaak op stevige redeneringen, die ik lang niet altijd kan volgen. Hij zegt zelf: "ik druk me zo gewoon mogelijk uit, omdat het anders uw begrip te boven gaat" (Romeinen 6: 19). Misschien dat het voor zijn contemporaine lezers te begrijpen was, maar voor ons toch vaak niet. Wel herken ik op diverse plaatsen de teksten waarop allerlei kerkelijke meningen zijn gebouwd. Niet alleen over homoseksualiteit en de positie van de vrouw, ook over de plaats van de wet en over de zondige natuur van de mens. Het is duidelijk dat de uitspraken van Paulus sterk de richting van de kerk hebben bepaald.
Maar gelukkig heeft hij ook dit stukje over de liefde geschreven.

Lucas

Deze week nummer drie van de synoptici: Lucas. Dit evangelie is veel langer dan Marcus en ook langer dan Matteüs. Lucas wil een uitgebreid, compleet verhaal neerzetten. Hij vermeldt dan ook allerlei gebeurtenissen die niet in Marcus en Matteüs terug te vinden zijn. Aan het begin en aan het eind valt dat het meest op. Lucas begint zijn verhaal veel eerder dan de anderen, al met de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper. Pas in hoofdstuk vier is hij aan het optreden van de volwassen Jezus toe. Waar Matteüs na Jezus’ dood één verschijning vermeldt en Marcus in zijn oudste vorm eindigt bij het lege graf, daar heeft Lucas het verhaal uitgebreid met de Emmaüsgangers en de Hemelvaart. Maar ook in de rest van zijn verhaal komen gebeurtenissen voor die niet in Matteüs en niet in Marcus te vinden zijn.
Lucas heeft onderzoek gedaan voordat hij ging schrijven. Hij kent andere verslagen en heeft alles nog eens precies nagegaan en opnieuw geordend. Hij wil daarmee zijn lezer Theofilus overtuigen van de betrouwbaarheid van de verhalen. Hij vermeldt dat expliciet in de eerste vier verzen van zijn boek. In de tijd dat hij schrijft hebben de joodse machthebbers grote moeite met Jezus en zijn volgelingen. Volgens Werk in uitvoering 3 wil Lucas laten zien dat het nieuwe geloof geen breuk is met Israël, maar juist voortvloeit uit de oude beloften, uit de opdracht van Israël. Uit de eerste verhalen blijkt al direct dat Jezus geworteld is in Israël: hij wordt besneden, hij wordt in de tempel van God gewijd, en later zoekt hij het gezelschap van leraren in de tempel.

Het is lastig om in ongeveer een pagina iets te vertellen over zo’n uitgebreid verhaal zonder in algemeenheden te blijven steken. Er zijn zoveel hoofdstukken of zelfs nog kleinere delen waar een pagina over is vol te schrijven. De enige remedie is, net als ik al eerder heb gedaan: kiezen. Ik kies voor Lucas 24: 13-35, over twee mensen die op weg zijn naar het dorpje Emmaüs. Ze zijn leerlingen van Jezus. Ik heb niet de indruk dat ze onderweg naar huis zijn, maar waarom ze dan wel onderweg zijn wordt niet duidelijk. Uit het gesprek blijkt dat ze in verwarring zijn. Ze hadden Jezus herkent als een machtig profeet en zijn verdrietig over zijn dood. Wat ze met het verhaal over het lege graf aan moeten weten ze eigenlijk niet. De man die met hen meeloopt legt uit hoe het zit. Zonder in hem Jezus te herkennen worden ze gegrepen door zijn uitleg. Ze vragen of hij nog even bij hen wil blijven en nodigen hem uit om samen te eten. Pas als ze in Emmaüs aan tafel zitten, zien ze wie hun metgezel is. Hij breekt het brood en vervolgens "werd (hij) onttrokken aan hun blik" (Lucas 24: 31).
Hoe vaak loopt er iemand met mij mee? Iemand die uitleg geeft, iemand die bij mij wil blijven en samen met mij wil eten? Iemand die mijn hart doet branden, zoals Lucas een formuleert? Net als de Emmaüsgangers heb ik meestal pas achteraf in de gaten wie er bij mij was. Dat in die vriend of vriendin, dat familielid, die collega, die buurvrouw, die vage kennis die op het goede moment er was, belde, of een mailtje stuurde; dat in die mens een vonk van de Eeuwige zichtbaar werd.