Ineke Lautenbach

Om te lezen en te luisteren

Schrijven is mijn hobby. Op deze website zijn de resultaten daarvan te lezen.
Verder houd ik van zingen en daarvan is iets te lezen en te horen.
Veel plezier!


Labyrint

Een overweging bij Johannes 4: 5-26
Derde vesper in de veertigdagentijd, 24 februari 2008 

Een vrouw bij een bron. Dat beeld komen we vaker tegen in de bijbel. Water halen was vrouwenwerk. Meestal gingen de vrouwen samen, in een groep. De Samaritaanse vrouw uit het verhaal van vandaag is alleen. Ze komt op een ongebruikelijk tijdstip: rond het middaguur, op het heetst van de dag. Blijkbaar hoort ze niet bij groep, is ze buitengesloten. Steeds opnieuw komt ze water halen. Steeds opnieuw krijgt ze dorst. Iedere dag weer. Het lijkt een vicieuze cirkel.

Doen wij eigenlijk niet hetzelfde? Wij hoeven geen water te halen bij de bron. Water wordt ons thuisbezorgd, het komt zo uit de kraan. Wij voorzien op een andere manier in onze dagelijkse behoeften: we maken het huis schoon, we verkopen televisietoestellen, we doen de boekhouding, we bouwen een kerk. Er zijn zoveel manieren om je brood te verdienen. Maar bereiken we daarmee onze bestemming? Of is het ook een vicieuze cirkel? Blijven we water halen zonder dat onze dorst gelest wordt?
Net zoals deze vrouw? Iedere dag opnieuw?

Tot vandaag. Vandaag zit er een man bij de bron. Een joodse man. Een man die haar vertelt over levend water, dat hij haar geven wil.
Maar dat kan toch niet? Joden gaan niet met Samaritanen om, toch spreekt deze man haar aan. En hij zegt vreemde dingen. Hij heeft geen emmer en de put is diep. Waar moet hij levend water vandaan halen?
Wie dat water drinkt zal nooit meer dorst hebben, zegt hij. Het zal in haar een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.

Hoe vreemd deze boodschap ook klinkt, ze luistert. Ze stelt zich ervoor open. Ze luistert naar deze man, naar de ander. Ze ontvangt zijn boodschap. Ze durft het levende water te ontvangen. Ze heeft haar levensbron gevonden.

Durven wij dat? Durf ik dat? Open staan voor de Ander? Voor dit levende water? Zodat ook wij onze levensbron vinden. Zodat wij vol vertrouwen zingen:

            Wees Gij mijn wijsheid, de rust in mijn hart,
            de bevrijding van wat mij ontstelt en verwart,
            de hoop die mij bijblijft als alles verdwijnt,
            vervaagt in het duister en de zon niet meer schijnt.

(tweede couplet van "Heer wees mijn toevlucht in de komende nacht" van Wijnand Honing, lied 23 uit Zingend Geloven deel 8)