Ineke Lautenbach

Om te lezen en te luisteren

Schrijven is mijn hobby. Op deze website zijn de resultaten daarvan te lezen.
Verder houd ik van zingen en daarvan is iets te lezen en te horen.
Veel plezier!


Hoe kom je op Buitenkunst?

De schoolvakantie duurt zes weken. Ik kan drie weken vakantie nemen. We gaan naar een camping met een zwembad. Mijn dochter, in de basisschoolleeftijd, vermaakt zich prima. Ze vindt altijd wel een vriendinnetje. Ze zwerft over de camping of is druk in het zwembad. We gaan vaak samen een dag op stap. Op de camping lees ik veel. Ik zwem iedere dag. Maar na een dag of tien heb ik zo’n 1500 pagina’s verwerkt. Ik wil wel weer eens met volwassenen over iets anders spreken dan het weer en de afwas. Drie weken kamperen is voor mij te lang.

Een vriendin vertelt me van Buitenkunst. 'Dat is wel wat voor jullie. Jullie zijn allebei creatief. En je kunt doen wat je zelf leuk vindt. Kijk maar eens op Internet.' Dat doe ik. Het lijkt me leuk. Ik schrijf ons direct in voor een weekje Drenthe.

Zaterdagmiddag kunnen we er terecht. We hoeven niet zo vroeg te vertrekken. Het is minder dan twee uur rijden. Op vrijdag heb ik het grootste deel van de spullen ingepakt. Als ik de tent en alle spullen begin te verzamelen denk ik dat het wel mee valt. Maar de auto komt toch ieder jaar weer vol. Zaterdagochtend pak ik de laatste dingen in. De toilettassen, eten uit de koelkast. Onze kussens en dekbedden. We kamperen vrij primitief, maar onze eigen kussens en dekbedden gaan altijd mee.
De buren staan ook te pakken. Ze duwen net als ik de laatste spullen in het laatste hoekje en gooien de achterklep van de auto dicht. De koffer op het dak staat nog open.

'Gaan jullie ook op vakantie?' vraag ik. We maken wel vaker een praatje. We doen elk jaar een nieuwjaarskaart bij elkaar in de bus. Veel meer contact hebben we als volwassenen niet. Ze hebben twee puberdochters. Hun zoon speelt af en toe met mijn dochter. Ze schelen een jaar.
'Ja, wij gaan naar Drenthe,' is het antwoord.
'Wat toevallig, wij ook,' vertel ik.
'Wij gaan naar Buitenkunst,' ga ik verder.
Ze kijken me verbaasd aan. 'Wij ook!'
De buurvrouw vertelt dat ze al vaker is geweest met de kinderen. De buurman gaat nooit mee. Hij werkt de komende week. Hij gaat alleen mee om de tenten op te zetten. De andere keren ging ze met een vriendin met kinderen in dezelfde leeftijd als die van haar. Nu gaat ze alleen. Ze heeft er niet zoveel zin in, maar haar kinderen wilden zo graag.

'Zullen we bij elkaar gaan staan?' vraagt ze. Het vooruitzicht van gezelschap spreekt haar wel aan.
'Goed idee,' vind ik. Ik zit ’s avonds ook liever niet alleen met mijn glaasje wijn. We spreken af waar we elkaar treffen. We vertrekken.

We vormen ons eigen kampje op het terrein. De tenten staan in een kring. En we hebben het heerlijk. Iedereen is druk met de eigen workshops. Iedereen vindt iets wat hij of zij leuk vind. We genieten van ieders resultaten. We koken en eten samen. De kinderen trekken doorlopend samen op. We spijbelen een middagje als het mooi weer is. Gaan zwemmen in de Ieberenplas. Wat een geweldige week. Dat moeten we vaker doen.

En dus gaan we ieder jaar. En het is iedere keer weer heerlijk. We schilderen, we schrijven, we spelen toneel, we maken muziek. Samen met de buren.

Niet geschreven op Buitenkunst, maar (uiteraard) gebaseerd op de ervaringen op Buitenkunst