Ineke Lautenbach

Om te lezen en te luisteren

I Samuel

Ze staan vlak achter elkaar, de homo-tophits. Vorige week Ruth en Noömi, deze week David en Jonathan. De homo-interpretatie van hun vriendschap is in “onze” kringen algemeen bekend. Het is zelfs de basis voor de naam van een christelijke homo-organisatie in Frankrijk: David & Jonathan. Ik ben minder goed thuis in de flikkertheologie dan in de pottentheologie (ja, zo heet dat echt) en heb niets op de boekenplank staan. Ik moet het dus doen met wat ik gehoord heb. En met wat ik nu lees natuurlijk.

Het is een zeldzaam mooie vriendschap tussen die twee. Een paar citaten om dat te illustreren:

‘Maar Jonathan, die zeer op David gesteld was, waarschuwde hem.’ (I Samuël 19:1-2)

‘Jonathan sloot een verbond met het huis van David met de woorden: ‘Moge de HEER je daaraan houden.’ Vervolgens liet hij David dit bekrachtigen met een eed op hun vriendschap, want hij had David lief als zijn eigen leven.’ (I Samuël 20:16-17)

‘Het verdriet verstikt me, Jonathan, je was mijn broeder, en mijn beste vriend. Jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van vrouwen.’ (II Samuël 1: 26)

Vooral die laatste regel is populair onder homo’s, dat moge duidelijk zijn. Natuurlijk kun je ook hier, net als bij Ruth en Noömi, de lezing: “David en Jonathan zijn homoseksueel” afdoen als hineininterpretieren. En natuurlijk geldt ook hier: ze zijn niet homoseksueel zoals wij dat nu zijn. Maar dat ze een diepe liefde voor elkaar voelen is wel duidelijk.
Voor mij is het vooral vriendschap. Ik vind die laatst geciteerde regel onvoldoende om er een homo-interpretatie aan vast te knopen. De homo-lading is in dit verhaal voor mij veel minder sterk dan in het verhaal van Ruth en Noömi. Dat neemt niet weg dat deze interpretatie een mogelijkheid is. En als die interpretatie je goed doet, houd er dan vooral aan vast. Al was het alleen maar als tegenwicht tegen al die gevallen waarin we met bijbelteksten om de oren worden geslagen om ons duidelijk te maken dat we foute mensen zijn. Ik word daar nogal moe van: voor de honderdste keer uitleggen dat het verhaal van Sodom en Gomorra over gastvrijheid gaat en niet over homoseksualiteit. Ik heb daar geen zin meer in.
Maar nog belangrijker: het afkeuren van homoseksualiteit is niet: afkeuren van een manier van leven, zoals mensen vaak zeggen. Homoseksueel, lesbisch zijn is niet een manier van leven, maar een manier van zijn. Iemand is homo net zoals iemand rood haar heeft. Het is geen keuze maar een gegeven. Daarom is het ook zo pijnlijk: een mens wordt als persoon buitenspel gezet.
Zo voel ik het in ieder geval: ik ben altijd zo geweest, ook toen ik me nog niet bewust was van mijn lesbisch zijn. Dat ik geen partner heb en daarmee voor de buitenwereld geen duidelijk lesbische levensstijl, heeft daar niets mee te maken. Er zijn immers ook veel heteroseksuelen die alleenstaand zijn.

Wij homo’s en lesbo’s zijn net als hetero’s (en wat er verder nog aan variaties bestaat), geschapen naar God’s beeld en gelijkenis. Wij mogen er zijn zoals we zijn.