Ineke Lautenbach

Om te lezen en te luisteren

Twee scheppen zand

De zomervakantie duurt al heel lang. Het regent bijna nooit. Janneke is hele dagen buiten. 's Avonds is ze moe. Ze valt meestal snel in slaap. Maar niet altijd. Soms ligt ze een poosje wakker. Soms ligt ze lang wakker. Ze heeft geen klok op haar kamer. Geen horloge en geen wekker. Maar het voelt lang. Misschien is het niet zo lang. Want 's morgens wordt ze fit wakker. Niet later dan anders. Soms gaat het zo. Meestal valt ze snel in slaap.

Janneke is weer een dag buiten geweest. Nu ligt ze een bed. Ze ligt op haar rug. Ze kijkt naar het plafond. Haar ogen wijdopen. De slaap is ver weg. Het is stil in huis. Haar ouders en haar grote zus zitten beneden in de woonkamer. Misschien praten ze. Of ze kijken televisie. De geluiden blijven beneden. Ze bereiken Janneke's bed niet. Het is stil buiten. Er is niemand meer in de tuinen. Het speelgoed van de dag is naar binnen gebracht. De wind die met de schommel speelde is gaan liggen. De geluiden zijn met de mensen mee naar binnen gegaan. Het is stil. Janneke ligt op haar rug in bed. Ze denkt nergens meer aan. Ze ligt alleen nog. Haar ogen vallen dicht. Langzaam verdwijnt ze in de wolken van de slaap.

Vlak voordat ze echt weg is schrikt ze op. Een hard, scherp geluid. Vlakbij. Ze is opeens weer helemaal wakker. Wat was dat? Waar kwam dat vandaan? Daar is het nog een keer. Heel dichtbij. Komt het uit huis? Uit de tuin? Uit de schuur? Wat was het? Janneke blijft luisteren. Het komt niet meer. Ze luistert lang. Maar er is alleen maar stilte. Het duurt lang voor ze in slaap valt.

Daarna hoort ze het iedere avond. Steeds als een poosje in bed ligt. Als ze nergens meer aan denkt. Als ze bijna slaapt. Dan is het er weer. En hard, scherp geluid. Heftig, snel. Alsof iemand een schep zand neemt. Alsof de schep over de stenen schraapt. Ze gaat rechtop zitten. Op haar knieën op het bed voor het raam. Haar hoofd onder de gordijnen door. Ze kijkt naar buiten. Het is nog niet helemaal donker. Ze kijkt door de tuinen. Ze zit niemand. Ze ziet geen zand, geen schep. Geen terras in aanleg. Geen tuin waaraan gewerkt wordt. Ze gaat weer liggen. Ze blijft nog een poosje luisteren. Haar oren zoeken het huis af. Speuren naar geluiden in de tuin. Luisteren naar gerucht in de schuur. Er is niets. Alles is stil. Iedere avond hoort ze het weer. Twee keer. Twee scheppen zand. Kort na elkaar. Niet meer. Nooit meer.

Op een avond is er visite. Opa en oma komen eten. Ze doen samen een spelletje. Het wordt laat. Als Janneke naar bed gaat, gaat haar grote zus ook. De deuren van de slaapkamer staan open. Janneke doet haar gordijnen dicht. Rustig, bedachtzaam. Haar zus doet de gordijnen dicht. Heftig, snel. Janneke hoort het. Ze hoort de gordijnen en ze hoort de scherp. Hard, scherp. Twee keer. Kort na elkaar. Twee scheppen zand. Twee gordijnen dicht.

Janneke heeft de schep nooit meer gehoord. Alleen de gordijnen van haar grote zus.