Ineke Lautenbach

Om te lezen en te luisteren

Sinterklaas

Het gaat me om de oudste banden. Zoals de band met Felicio. De opname begint als het stuk al bezig is. Blijkbaar was mijn vader net te laat. Misschien wist hij het niet van tevoren en heeft hij snel een band opgezet.

Felicio, de grote zigeuner uit Pipo de Clown met de breedgerande zwarte hoed en het kleine draaiorgeltje op zijn buik. Hij is groot, sterk, een beetje onnozel, gek op bloemen en hij heeft een hart van goud. Hij praat krom Nederlands. Erg politiek incorrect, maar toen vonden we het grappig. Als hij het over zichzelf heeft, praat hij in de derde persoon. Meestal zegt hij ‘dit lijf’. En hij is stapelgek op soep met sliertjes. In deze opname viert hij op geheel eigen wijze Sinterklaas.

Felicio is opgewonden. Hij vertelt dat hij de soep met de sliertjes heeft gevraagd en nu heel benieuwd is of hij die krijgt. Opeens bedenkt hij dat hij natuurlijk wel eerst een liedje moet zingen, anders komt de Sint niet. Je hoort het orgeltje en hij gaat zingen. Hij onderbreekt zichzelf om commentaar op de teksten te geven.

‘Nehehe…dat kan niet. Dat wil dit lijf niet. Als Zwarte Piet de hele wereld in zijn zak stopt, kan Felicio nergens meer lopen of zo. Nee hoor, dat kan niet.’

‘O, gauw verder zingen,’ bedenkt hij dan. En ontspoort volledig: hij gooit teksten en melodieën van allerlei Sinterklaasliedjes volledig door elkaar heen. Zie, de Piet schijnt door de bomen. Makkers huppelt op het dak. Dan wordt hij moe en begint te gapen.

‘Oeit jongens, dit lijf … krijgt… slaap…’ Hij valt in slaap.

Dan hoor je een paard hinniken en vervolgens weglopen. Felicio schrikt wakker.

‘Oeit, jongens, daar gaat Sinterklaas al weg! Nu ziet hij alleen maar de achterkant van zijn paard en de achterkant van … van Sint Nicolaas.’

Hij klinkt teleurgesteld. Maar dan doet hij een ontdekking.

‘Oeit jongens, kijk eens wat er inne zijne schoentje zit! De soep met de sliertjes!’ Hij zingt tot slot vol enthousiasme Dag Sinterklaasje.

We vonden de act zo leuk dat we er sindsdien ieder Sinterklaasfeest mee openen. Inmiddels een jaar of veertig. Ook al is in de hele familie al jaren geen bandrecorder meer te vinden. De opname van Felicio is overgezet op cassette. Op evenveel cassettes als er huishoudens in onze familie zijn.
In die veertig jaar is er af en toe een nieuw lid bij de familie gekomen. Er komt een moment dat zo iemand voor het eerst Sinterklaas mee viert. En zich onthutst afvraagt waar hij terecht is gekomen. Want als Felicio begint brullen we alles mee. Zijn door elkaar gegooide Sinterklaasliedje heeft voor ons geen verrassingen meer. We kennen het zin voor zin van buiten. Grote delen van de act worden door een of meer familieleden meegedaan. En het hele gezelschap roept aan het eind, als Felicio ziet wat er in zijn schoen zit: ‘De soep met de sliertjes!’

Dan volgt de stem van een bekende omroeper.

‘Tot slot gaan we nog even goed zingen met de Amsterdamse Zwaantjes’. Die keurig een aantal Sinterklaasliedjes zingen.

‘Dat zijn al lang geen zwaantjes meer, maar volwassen zwanen,’ merkt mijn vader op. ‘Van middelbare leeftijd.’